Land / Taal
Land wijzigen
Kies een ander land of een andere regio om inhoud te zien die specifiek is voor jouw locatie.
Selecteer uw taal
Hero CEE PPB 2026
Payment practices barometer

Trends in B2B-betalingspraktijken in Centraal- en Oost-Europa 2026

In heel Centraal- en Oost-Europa (CEE) hebben bedrijven moeite met hun cashflowplanning, terwijl de verwachtingen rond insolventie toenemen.
17 Jun 2026
9 min

Bedrijven in CEE melden druk op hun cashflowplanning

In heel Centraal- en Oost-Europa (CEE) lijken bedrijven de voorkeur te geven aan contante betaling in de business-to-business (B2B)-handel. Dit weerspiegelt een duidelijke focus op het beschermen van de liquiditeit in een omgeving waar het betalingsrisico hoog blijft. Aangezien 54% van de transacties op het moment van verkoop wordt afgewikkeld, blijft betalingszekerheid zwaarder wegen dan het gebruik van handelskrediet in B2B-handelsrelaties. De overige 46% van de verkopen vindt echter nog steeds op krediet plaats, wat bevestigt dat het toestaan van uitstel van betaling voor goederen of diensten onder overeengekomen betalingsvoorwaarden essentieel blijft in de handel in CEE, ook al gaan leveranciers hier voorzichtiger mee om. De verschillen tussen sectoren en markten zijn duidelijk. KMO-bedrijven in de dienstensector verkopen het vaakst op krediet, terwijl bedrijven in Tsjechië en Roemenië in de regio het meest gebruikmaken van handelskrediet. Bulgarije en Hongarije volgen, terwijl Slowakije nauw aansluit bij het regionale gemiddelde. Daarentegen maken Slovenië en Turkije minder gebruik van handelskrediet, waarbij Polen over het algemeen het laagste gebruik laat zien.

Download de PPB Centraal- en Oost-Europa 2026

Ondanks deze voorkeur voor contante betaling wint handelskrediet terrein. Bedrijven verlenen krediet om de omzet op peil te houden en klanten te ondersteunen die met liquiditeitsdruk kampen. De productiesector en grotere bedrijven lopen voorop in deze verschuiving, wat hun rol in complexe toeleveringsketens en de internationale handel weerspiegelt. Kleinere dienstverlenende bedrijven, hoewel ze zelf afhankelijk zijn van krediet, blijven voorzichtiger; hun krappere kasposities beperken de mate waarin ze krediet kunnen verlenen. Op landenniveau is deze uitbreiding het duidelijkst zichtbaar in Slowakije, Turkije en Tsjechië, terwijl Hongarije en Bulgarije terughoudender zijn. Roemenië blijft een belangrijke gebruiker, maar er zijn tekenen die wijzen op een voorzichtiger aanpak.

De meeste leveranciers in Centraal- en Oost-Europa werken nog steeds met korte betalingstermijnen. Termijnen van maximaal 30 dagen na facturering blijven de norm in de hele regio, waarbij langere termijnen selectief worden toegepast om het concurrentievermogen te ondersteunen. Zelfs wanneer krediet wordt verstrekt, geven bedrijven prioriteit aan snelle en betrouwbare kasinstromen. Middelgrote en grotere bedrijven bieden doorgaans meer flexibiliteit, ondersteund door enige verbetering in het betalingsgedrag van zakelijke klanten. Kleinere bedrijven, met name in de dienstensector, blijven voorzichtiger, aangezien zij minder ruimte hebben om schokken op te vangen. Op marktniveau valt Turkije op door de meest soepele betalingstermijnen, in combinatie met het hoogste percentage bedrijven dat aangeeft dat het betalingsgedrag van klanten is verslechterd. Roemenië vertoont een vergelijkbaar beeld, zij het met kortere termijnen, wat suggereert dat een strikt beleid op zich leveranciers niet volledig beschermt. Elders in de regio vertoont het B2B-betalingsgedrag een beperkte verbetering, maar het blijft wisselend. Dit verklaart mede waarom de meeste bedrijven de voorkeur blijven geven aan korte betalingscycli, met name in Bulgarije, terwijl Hongarije het meest terughoudend blijft.

Tegen deze achtergrond blijven betalingsachterstanden wijdverbreid. Ongeveer 83% van de leveranciers in Centraal- en Oost-Europa meldt vertragingen, waarbij bijna een derde van de facturen achterstallig is. De impact op het werkkapitaal is aanzienlijk, waardoor bedrijven gedwongen worden een beroep te doen op reserves of externe financiering. De productiesector en middelgrote bedrijven worden het zwaarst getroffen, terwijl dienstverlenende bedrijven minder kwetsbaar lijken, waarschijnlijk vanwege snellere kascycli en kleinere transacties. Per markt zijn betalingsachterstanden het meest uitgesproken in Turkije en Slowakije, gevolgd door Slovenië en Roemenië, terwijl Hongarije de laagste niveaus rapporteert.

De oorzaken van de vertraging zijn duidelijk. Ongeveer zes op de tien bedrijven noemen liquiditeitsdruk bij klanten als de belangrijkste oorzaak, met name onder grote fabrikanten en bedrijven in Turkije en Bulgarije. Ook operationele factoren spelen een rol: ongeveer één op de vier bedrijven wijst op bankprocessen, vooral in Roemenië en Tsjechië.

Wat de betalingstermijnen betreft, zoals weerspiegeld in de Days Sales Outstanding (DSO)-gegevens, blijkt uit de enquête dat steeds meer betalingen vertraging oplopen, waardoor het bedrag aan werkkapitaal dat vastzit in vorderingen en niet beschikbaar is voor bedrijfsactiviteiten, toeneemt. Dit verhoogt de financiële druk op het bedrijf, evenals de kans op gemiste betalingen. Steeds meer bedrijven in Centraal- en Oost-Europa melden nu stijgende afschrijvingen in plaats van dalingen, wat erop wijst dat een deel van deze vertraagde betalingsstroom al in verliezen omslaat. De ouderdom van vorderingen blijft de belangrijkste oorzaak van afschrijvingen, wat bevestigt dat langere vertragingen de belangrijkste factor zijn bij het ontstaan van verliezen. Uit gegevens per bedrijfssector en markt blijkt dat middelgrote tot grote bedrijven, met name in de productie en de handel, en bedrijven in Turkije, Roemenië en Slowakije het zwaarst worden getroffen.

De impact op de bedrijfsvoering is direct en wijdverbreid. Vertraagde betalingen beperken de liquiditeit, waardoor het voor bedrijven moeilijker wordt om hun kasstroom te plannen en te beheren. Deze druk is het duidelijkst merkbaar bij kmo’s in de dienstensector en bij bedrijven in Turkije. Tegelijkertijd neemt de afhankelijkheid van externe financiering toe, met name bij kmo’s in de verwerkende industrie en bij bedrijven in Slowakije. De verminderde beschikbaarheid van contanten beperkt ook de dagelijkse bedrijfsvoering, vooral voor kleinere bedrijven en ondernemingen in Slovenië.

Om de impact van het betalingsrisico van klanten op het bedrijf te beperken, passen bedrijven in Centraal- en Oost-Europa hun strategieën aan. De meerderheid vermindert het risico door de voorkeur te geven aan contante transacties of door vooruitbetalingen te vragen, met name in de handel en in Turkije. Bijna even vaak melden bedrijven dat ze interne reserves aanleggen om verliezen op te vangen, een strategie die het meest wijdverbreid is onder kmo’s in de verwerkende industrie en bedrijven in Slowakije. Meer gestructureerde instrumenten voor risicobeheer worden echter nog steeds te weinig gebruikt. Kredietverzekeringen en soortgelijke oplossingen zijn nog steeds relatief beperkt, hoewel het gebruik ervan groter is bij middelgrote bedrijven in de handel en bedrijven in Slovenië, waar deze instrumenten worden ingezet om risico’s te monitoren en vroegtijdig in te grijpen.

Over het geheel genomen is er sprake van toenemende spanning, wat wijst op groeiende liquiditeitsdruk voor bedrijven in de hele regio; dit wordt een punt van zorg voor bedrijven die op krediet verkopen in de B2B-handel.

Ongeveer 83% van de leveranciers in Centraal- en Oost-Europa meldt betalingsachterstanden, waarbij bijna een derde van de facturen achterstallig is. De impact op het werkkapitaal is aanzienlijk, waardoor bedrijven gedwongen worden een beroep te doen op reserves of externe financiering.

Verwachtingen inzake insolventie in Centraal- en Oost-Europa wijzen op aanhoudende druk

Vooruitkijkend naar het komende jaar wijzen de vooruitzichten voor het B2B-betalingsgedrag in Centraal- en Oost-Europa niet op een opvallende verschuiving ten opzichte van de huidige uitdagende omstandigheden. Dit weerspiegelt een bredere economische context die wordt gekenmerkt door ongelijke groei, aanhoudende kostendruk, strengere financiële voorwaarden en voortdurende mondiale onzekerheid. Samen blijven deze factoren het ondernemersvertrouwen ondermijnen en de ruimte voor verbetering in het betalingsgedrag van klanten beperken.

De verschillen in sentiment tussen sectoren en markten zijn opvallend. Bedrijven in de industrie en de dienstensector, evenals kleinere ondernemingen, lijken iets optimistischer. Dit kan duiden op sterkere banden met de binnenlandse vraag en, in sommige gevallen, op grotere flexibiliteit bij het aanpassen aan veranderende omstandigheden. Handelsbedrijven daarentegen steken er in de hele regio uit als de meest pessimistische. Hun blootstelling aan schommelingen in de vraag blijft groot, en voorraadcycli en onzekerheid in de toeleveringsketen blijven de basis vormen voor een voorzichtiger vooruitzicht. Ook middelgrote en grote bedrijven zijn terughoudender in hun verwachtingen, wat waarschijnlijk te maken heeft met hun bredere blootstelling in toeleveringsketens en klantenportefeuilles. Per markt blijft het beeld gefragmenteerd. Slovenië, Turkije, Bulgarije en Slowakije tonen enig vertrouwen in de lokale economische omstandigheden of de recente stabilisatie. Hongarije valt op door een zwakker sentiment, als gevolg van aanhoudende economische druk, terwijl Tsjechië en Roemenië daar tussenin zitten, met evenwichtigere maar nog steeds onzekere verwachtingen. Deze verschillen benadrukken hoe lokale economische omstandigheden, naast bredere regionale trends, het betalingsgedrag blijven beïnvloeden.

Het risico op bedrijfsinsolventie ontpopt zich als een groeiende zorg in de hele regio. Ongeveer 36% van de bedrijven is van mening dat het aantal insolventies op het reeds hoge niveau zal blijven, terwijl een nog groter deel verwacht dat dit aantal de komende maanden verder zal stijgen. De overige respondenten zijn onzeker. Over de sectoren heen vertonen de industrie en de handel de grootste bezorgdheid: meer dan de helft van de bedrijven verwacht dat het aantal insolventies zal toenemen. Dit weerspiegelt hun blootstelling aan een zwakkere vraag, krappere marges en langere cashconversiecycli. De dienstensector vertoont daarentegen een evenwichtiger beeld: minder bedrijven voorzien een verdere verslechtering, hoogstwaarschijnlijk vanwege relatief snellere cashcycli en nauwere klantrelaties.

De verschillen naar bedrijfsgrootte zijn minder uitgesproken, hoewel middelgrote en grote bedrijven een iets hogere mate van bezorgdheid melden, wat in lijn is met hun bredere blootstelling en risicoprofiel. Het sentiment op marktsniveau blijft ongelijk. Bedrijven in Slovenië, Slowakije en Turkije melden een hogere mate van bezorgdheid, terwijl de percepties in Tsjechië en Hongarije gematigder zijn. Over het geheel genomen wordt het insolventierisico een steeds prominentere zorg in heel Centraal- en Oost-Europa, wat de voorzichtige houding bevestigt die bedrijven aannemen ten aanzien van handelskrediet- en betalingsrisico’s.

Gevraagd naar de belangrijkste risico’s die naar hun verwachting het B2B-betalingsgedrag de komende maanden zullen verstoren, wijzen bedrijven consequent op macro-economische druk. Bezorgdheid over economische vertraging en toenemende kostendruk overheerst in alle sectoren, bedrijfsgroottes en markten. Deze factoren beïnvloeden rechtstreeks de betalingscapaciteit van klanten en de bereidheid van bedrijven om krediet te verlenen. Geopolitieke onzekerheid voegt een extra risicolaag toe door handelsverstoringen, energiekosten en instabiliteit in de toeleveringsketen, hoewel de impact hiervan per regio verschilt.

Bedrijven in de productie, de bouw en de dienstensector maken zich vooral zorgen over de binnenlandse economische omstandigheden, terwijl handelsbedrijven zich meer richten op geopolitieke ontwikkelingen, gezien hun afhankelijkheid van grensoverschrijdende handelsstromen en toeleveringsketens. KMO-bedrijven voelen de vraagdruk sterker, terwijl grotere bedrijven blijk geven van een breder risicobewustzijn. Per markt tonen Polen en Slovenië de grootste bezorgdheid over de economische vooruitzichten, terwijl Hongarije, Slowakije en Tsjechië zich meer richten op de kostendruk. In Turkije zijn de zorgen breder verspreid over alle risicocategorieën, wat wijst op een meer uitdagende bedrijfsomgeving.

Over het geheel genomen blijven de vooruitzichten voor het B2B-betalingsgedrag in Centraal- en Oost-Europa zorgwekkend, waarbij onzekerheid over betalingstrends samengaat met een verhoogd insolventierisico en aanhoudende macro-economische druk. Dit duidt erop dat de kwetsbaarheden blijven bestaan en dat bedrijven zich voorbereiden op een langdurige periode van krappe liquiditeit, waarbij de focus blijft liggen op cashflow- en betalingsrisicobeheer.

 

Wil je de details van het PPB onderzoek bekijken?

Voor een volledig overzicht van de resultaten van de enquête van 2026 voor Centraal- en Oost-Europa kan je het regionale rapport hier downloaden.

 

Op zoek naar de PPB deelresultaten van een specifiek land?

In onderstaande tabel kan je de deelrapporten downloaden.

 Tsjechië  Turkije
 Polen  Bulgarije

 

         

Ontdekken hoe je jouw eigen kredietrisicostrategie versterkt? 
            
Neem contact met ons op en ervaar hoe wij jou helpen om voorop te blijven lopen.
            
            Contacteer ons

            
Samenvatting
  • Uit onderzoeksresultaten in Centraal- en Oost-Europa (CEE) blijkt dat bedrijven bij B2B-transacties de voorkeur geven aan contante betaling als bescherming tegen aanhoudende betalingsrisico’s. Desondanks blijft handelskrediet van cruciaal belang in B2B commerciële relaties. De betalingstermijnen blijven in de hele regio kort, doorgaans binnen 30 dagen, wat wijst op aanhoudende risicoaversie. De verschillen tussen bedrijfssegmenten en markten zijn aanzienlijk.
  • Een aanzienlijk deel van de B2B-facturen die door leveranciers in CEE zijn uitgegeven, heeft de afgelopen maanden een aanzienlijke betalingsachterstand opgelopen, de druk op het werkkapitaal is toegenomen en de meeste van hen worstelen met het cashflowbeheer en nemen vaker hun toevlucht tot externe financiering. Steeds vaker leiden langdurig openstaande facturen tot verliezen, wat operationele druk veroorzaakt en de liquiditeit in de hele regio onder druk zet.
  • De vooruitzichten voor het B2B-betalingsgedrag blijven voorzichtig, onder invloed van diverse factoren. De productiesector, de dienstensector en kleinere bedrijven tonen gematigd optimisme, terwijl de handel en grotere bedrijven pessimistischer zijn. Het sentiment per land varieert: Slovenië, Turkije, Bulgarije en Slowakije zijn optimistischer, terwijl Hongarije achterblijft en Tsjechië en Roemenië evenwichtig maar onzeker blijven.
  • Meer bedrijven in de regio verwachten dat het aantal insolventies zal stijgen dan dat het stabiel zal blijven. Economische vertraging, kostendruk en geopolitieke risico’s domineren de zorgen en drukken op de bereidheid om krediet te verlenen. Over het algemeen verwachten bedrijven geen scherp herstel en bereiden ze zich voor op aanhoudende liquiditeitsdruk, waarbij de focus blijft liggen op cashflow en risicobeheersing.